Menu
 
Klik hier om in te loggen

08 Bodemschatjes

Museum Hengelo

Groep 1 - 2
 

“Rare jongens, die Romeinen”. Deze gevleugelde uitspraak is vele malen gebezigd door een strijder uit een klein Gallisch dorp dat zich als laatste verzet tegen de Romeinse overheersing. Hoewel de ‘rare jongens’ niet verder kwamen dan Nijmegen en Utrecht met de Maas en Rijn als grensrivieren waren er vele contacten met de lokale, Germaanse, bevolking van boven de rivieren. Archeologische bewijzen zijn er genoeg voor deze stelling. Die rare jongens staan nog steeds in de belangstelling. Archeologen willen steeds meer van hen weten. Want het was een technologisch hoogontwikkelde en georganiseerde samenleving, met een enorme expansiedrift. Bovendien is in ons verleden nog veel meer in onze bodem achtergelaten. Door systematisch archeologisch onderzoek komt dit bovengronds.

 

Zelfs de jongsten in het basisonderwijs, leerlingen van de groepen 1 en 2, kunnen historisch besef ontwikkelen. Niet met grote verhalen, chronologische overzichten van belangrijke gebeurtenissen (een canon van Hengelo of Nederland) of spraakmakende objecten. Want deze komen voor hen te vroeg. We kiezen voor ervaringen die zij kunnen bevatten.

Het project “Bodemschatjes” brengt de leerlingen in aanraking met archeologisch onderzoek door hen te laten graven naar hun verleden. Museum Hengelo komt daarvoor naar de school toe.

 

Voor de voorbereidingsles stellen we een audiovisuele presentatie samen van het graven naar het verleden; het graven zelf en enkele vondsten die in het museum te vinden zijn.

 

Voor de cultuurontmoeting, enkele dagen later, prepareren we de zandbak van de school en creëren daarmee een ‘site’ met een tafel en schoonmaakmiddelen zoals borstels (geen water). Vroeg in de ochtend plaatsen we stenen en metalen voorwerpen en ‘archeologische’ sporen zoals potholes in de bak. Dan instrueren we de kinderen (bodemschatjes) in het voorzichtig afgraven. Met hen speuren we de grond af met metaaldetectoren, richten de vindplaats in doordat we de bak afvlakken en plaatsen draden op de zoekplaatsen te markeren. Dan laten we hen de grond afschuiven. We voorspellen nu al dat de kinderen munten vinden, oud servies en enkele potholes (verkleuringen van het zand). Onze bodemschatjes maken de vondsten schoon, maken foto’s ervan (voor uw archief) en sluiten de site. Naar schatting zijn we 1,5 uur met de opgraving bezig. Na afloop krijgen uw leerlingen het diploma “junior-archeoloog”.

 

In de verwerkingsles bespreekt u het proces en de vondsten en vooral hoe deze in het verleden achtergalaten, verloren of gestopt zijn.

 

Over deze activiteit

Discipline cultureel erfgoed
Duur 1,5 uur
Locatie school
Periode april - mei - juni 24
Informatie

Er wordt vanuit gegaan dat er bij de school een zandbak aanwezig is en deze genbruikt kan worden voor het project.